Actuele vraag aan minister Smet over de brandveiligheid en hygiëne in Vlaamse internaten
Handelingen
Plenaire Vergadering van 06 april 2011
Actuele
vraag van mevrouw Elisabeth Meuleman tot de heer Pascal Smet, Vlaams
minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de
resultaten van de vijfjaarlijkse doorlichting van de internaten door de
onderwijsinspectie
Actuele vraag van mevrouw Helga
Stevens tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd,
Gelijke Kansen en Brussel, over de brandveiligheid en hygiëne in de
Vlaamse internaten
Actuele vraag van mevrouw Kathleen
Deckx tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd,
Gelijke Kansen en Brussel, over de resultaten van de recente
doorlichting bij de Vlaamse internaten
De voorzitter:
Mevrouw Meuleman heeft het woord.
Mevrouw Elisabeth Meuleman:
Minister, de resultaten van de vijfjaarlijkse doorlichting door de
Onderwijsinspectie zijn vandaag bekendgeraakt. Ze zijn niet bepaald
rooskleurig te noemen. Een op vier internaten scoort slecht op het vlak
van hygiëne. 25 procent doet het niet goed op het vlak van
brandveiligheid, en 51 procent heeft een ongunstig advies gekregen.
In de krantenartikels konden we lezen dat de internaatdirecteurs dat
absoluut beseffen. Ze zitten met de handen in het haar. Ze weten niet
wat gedaan. Er is absoluut geen geld voor renovaties aan de
infrastructuur. Heel veel van de infrastructuur is verouderd. In de
meeste internaten zijn geen renovaties meer gebeurd sinds de jaren 90.
Een groot deel ervan dateert al van vóór 1971.
Ik ken een
directeur die de Mount Everest heeft beklommen en zich daarvoor heeft
laten sponsoren. Met dat geld kon hij de douches laten herstellen.
Anderen doen een beroep op de Lions Club en dergelijke om de
accommodatie en schoolinfrastructuur in orde te maken. Het is ver
gekomen.
Minister, de antwoorden die ik las in de media, konden
me niet geruststellen. Wat bent u van plan om aan deze schrijnende
situatie nu al iets te doen?
De voorzitter:
Mevrouw Stevens heeft het woord.
Mevrouw Helga Stevens:
Voorzitter, minister, dames en heren, het is voor u wellicht geen
verrassing dat ik hier deze actuele vraag stel. Misschien weet u nog
dat ik vorig jaar in de commissie Onderwijs een vraag heb gesteld over
de brandveiligheid in scholen en internaten. Uit uw antwoord bleek dat
er toch een probleem was met de brandveiligheid in scholen. Over 14
procent was niets bekend; 18 procent kreeg een negatief
brandweerverslag; de rest, gelukkig de grote meerderheid, had een
positief verslag. Er was wel werk aan de winkel.
In verband met
de internaten kon u vorig jaar nog geen antwoord geven omdat de
doorlichting nog bezig was. Een bijkomend probleem is de ingewikkelde
regelgeving inzake brandveiligheid. De federale overheid is bevoegd
voor de basisregelgeving en de Vlaamse overheid kan aanvullende regels
opleggen. Zelfs de brandweer is vragende partij voor een vereenvoudigde
regelgeving.
Ondertussen is de doorlichting achter de rug en
hebben we de resultaten. Ook de internaten scoren niet zo goed op het
vlak van brandveiligheid. Mevrouw Meuleman heeft de cijfers al gegeven.
Ik ga die hier niet herhalen.
Hoe reageert u op dat
doorlichtingsverslag? Welke maatregelen zult u nemen om de
brandveiligheid en de hygiëne te verbeteren in de internaten en scholen?
De voorzitter:
Mevrouw Deckx heeft het woord.
Mevrouw Kathleen Deckx:
Voorzitter, collega’s, minister, ik moet toegeven dat ik schrok toen ik
vanmorgen de krant las. Ik las dat 67 van de 141 internaten niet
voldoen aan de kwaliteitsnormen inzake gezondheid en huisvesting. Dat
bleek uit een rapport van de inspectie. Dat was dus niet uit de lucht
gegrepen. Meteen werd dat bericht gevolgd door oproepen van directeurs
om meer middelen te krijgen voor renovatiewerken en voor het oplossen
van sanitaire problemen, lekkende daken en noem maar op.
Ik heb
het rapport gelezen. Ik heb vastgesteld dat er inderdaad wel wat
onvolkomenheden zijn aan de internaten. Uiteindelijk werden elf van de
141 internaten ongunstig geadviseerd in mei-juni 2010. Zij hadden tot
augustus 2010 de tijd om in orde te zijn. In augustus 2010 bleek dat
twee internaten zichzelf volledig in orde hadden gemaakt, dat er vijf
een gunstig advies kregen op voorwaarde dat ze een actieplan zouden
voorleggen, en dat er twee een voorlopig gunstig advies kregen voor één
schooljaar.
Minister, het rapport beveelt ook een aantal zaken
aan, onder meer extra investeringsmiddelen voor de internaten. Zijn er
centen? Kunt u middelen ter beschikking stellen, daar waar meer dan
11.000 studenten gebruik maken van de accommodaties? In welk tijdskader
zou dat kunnen?
De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.
Minister Pascal Smet:
Ik wil eerst duidelijk het kader schetsen. De inspectie doet een
marginale controle en gaat na of er een brandweerrapport is en of de
aanbevelingen daarin al dan niet vervuld zijn. De eerste
verantwoordelijkheid voor het al of niet vervullen van de normen ligt
uiteraard bij de directie, bij het schoolbestuur en bij de burgemeester
van de gemeente waar dat internaat gevestigd is. Ik zeg niet dat wij
daarin geen rol spelen maar zo zit het wel in elkaar. De
hoofdverantwoordelijken zijn de uitbater en de burgemeester, die
bevoegd is, en de brandweer. De onderwijsinspectie doet een marginale
toetsing om te zien of de voorwaarden vervuld zijn.
Er werd al
verwezen naar de regelgeving. Die is inderdaad niet eenduidig. Is dat
een federale of Vlaamse aangelegenheid? Uiteindelijk is diegene die
beoordeelt of een gebouw al dan niet beantwoordt aan de
brandweernormen, de brandweer, niet de minister van Onderwijs of de
burgemeester. De verantwoordelijkheid speelt zich af in die driehoek.
Ik moet ook duidelijk stellen dat er in het rapport gradaties zijn. Het
gaat niet allemaal over plotseling brandonveilig verklaarde
instellingen. Soms gaat het over losliggende tegels, onduidelijke
evacuatiescenario’s, verlengsnoeren of contactdozen die worden gebruikt
in de nabijheid van lavabo’s. Ik wil dat niet minimaliseren, er zijn
inderdaad internaten met problemen. U hebt in de krant ook kunnen lezen
dat er internaten zijn zonder problemen. Het is een gemengde zaak.
Uiteindelijk zijn er maar drie internaten waar zeer dringend werken
moeten gebeuren.
Uiteraard hebben we daarvoor al op dit moment
middelen. U weet misschien dat al onze subsidieaanvragen voor werken in
het kader van de brandveiligheid en het sanitair door het Agentschap
voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) prioritair worden
behandeld. De vorige legislatuur ging het om 4,2 miljoen euro. Ik heb
deze legislatuur – en we zitten nog niet aan de helft – voor al bijna 3
miljoen euro werken laten uitvoeren. We doen dus wel degelijk die
prioritaire werken. Zodra de dossiers worden ingediend, worden ze
behandeld.
Daarnaast staan er op de behandelingslijst ook verbouwingswerken en
nieuwbouw van internaten voor iets minder dan 50 miljoen euro. In de
DBFM-operatie (Design, Build, Finance, Maintain) doen er ook vier
internaten mee en er kunnen er misschien nog bij komen.
Er is al
beslist om de eerste DBFM-operatie te evalueren, waarna we een tweede
publiekprivate samenwerking (pps) zullen lanceren, niet alleen voor
scholen maar ook voor internaten.
U hebt ongetwijfeld ook het
regeerakkoord gelezen. Samen met minister Vandeurzen zal ik de
regelgeving en het reglementair kader van de internaatsopvang van
jongeren uit het gewoon en buitengewoon onderwijs onder de loep nemen.
De vraag moet worden gesteld wie de hoofdverantwoordelijke is voor de
residentiële opvang. Moet Onderwijs dat doen of is het eerder iets voor
Welzijn? Dat zijn dingen die we moeten uitklaren. Er zijn al gesprekken
over geweest, maar er zal een nieuwe regelgeving voor de internaten
moeten worden uitgewerkt omdat die nu heel ingewikkeld en weinig
transparant is. Er zijn niet veel ambtenaren die nog alle finesses van
die regelgeving kennen.
Wat de dringende werken betreft, kan men
dus een beroep doen op het Agentschap voor Infrastructuur in het
Onderwijs (AGIOn) en krijgt men een prioritaire behandeling. Voor de
minder dringende werken komt men op de behandelingslijst en moeten we
de komende maanden een nieuwe publiekprivate samenwerking uitwerken.
Mevrouw Elisabeth Meuleman:
Minister, ik ben tevreden dat u voor de meest dringende zaken zoals
brandveiligheid, al een aantal initiatieven hebt genomen en dat er wat
middelen zijn voor de grotere verbouwingswerken.
Het verslag was
toch wel serieus en ons gezond verstand zegt ons dat veel internaten in
zeer slechte staat zijn. Er zijn de reguliere internaten. Er zijn de
internaten die afhangen van de mpi’s, waar de kinderen ook in het
weekend verblijven omdat ze geplaatst zijn en waar de toestand
schrijnend is.
Er zijn internaten die zeggen dat ze de keuze
moeten maken tussen omkadering en personeel en het onderhoud van de
gebouwen. Dat is kiezen tussen de pest en de cholera, want beide zijn
belangrijk. Er is een groeiende groep leerlingen die er toch wel een
groot deel van hun tijd doorbrengen.
Voor de internaten die
afhangen van een mpi, zie ik wel een link met minister Vandeurzen. U
hebt me een jaar geleden gezegd dat u met uw collega Vandeurzen zou
gaan praten. Voor de reguliere internaten is die link er volgens mij
niet en kunt u zelf stappen zetten.
Kunt u mij zeggen waar het
nodig is dat er overleg is en hoever het staat met het overleg? Mijn
vraag dateert al van vorig jaar. Ik vroeg naar de meest dringende
zaken, maar blijkbaar is er nog geen schot in de zaak.
Mevrouw Helga Stevens:
Voorzitter, minister, ik sluit me aan bij de opmerking van mevrouw
Meuleman. Het is inderdaad zo dat er de afgelopen tijd wel inspanningen
gedaan zijn, maar er blijft nog altijd een tekort aan financiële
middelen.
Opnieuw moeten er keuzes gemaakt worden tussen
infrastructuur en personeel. Ik ben blij dat u zelf begonnen bent over
de internaten van de mpi’s, dus van het buitengewoon onderwijs. Het is
zo dat de Onderwijsspiegel zelf vermeld heeft dat de doorlichting niet
gebeurd is in de internaten van de mpi’s. Ik denk dat het noodzakelijk
is om die ook door te lichten. Ze worden doorgelicht door de
administratie van Welzijn, wat ik zal opvolgen.
Vorig jaar
verwees u in een antwoord op mijn vraag naar het overleg met minister
Vandeurzen over een nieuw decreet voor de internaten. Ik vind het een
beetje bedroevend om u dat nu opnieuw te horen zeggen, want dat
betekent dat u het afgelopen jaar niet veel gedaan hebt of de zaak een
beetje op zijn beloop hebt gelaten.
Ik hoop dat de minister er ten aanzien van de internaten wat meer spoed
zal achterzetten. Het is een belangrijk probleem. We voeren trouwens
dezelfde discussie met betrekking tot de kinderopvang. Als puntje bij
paaltje komt, vindt men de veiligheidseisen niet altijd belangrijk.
Maar als er iets gebeurt, zijn we echter allemaal de kop van jut. Ik
vraag dan ook om actie.
Mevrouw Kathleen Deckx:
Ik ben eigenlijk tevreden met het antwoord van de minister. Hij heeft
verklaard dat er al veel middelen zijn besteed en dat er in de toekomst
nog veel zullen worden besteed. Dat lijkt me ook nodig. We mogen een
andere aanbeveling in het rapport echter niet vergeten. De inspectie
stelt immers dat de internaten ook moeten durven zichzelf te evalueren
en zelf maatregelen te treffen. In bepaalde keukens, bijvoorbeeld, zijn
vervallen voedingsmiddelen aangetroffen. Dat is een specifiek punt in
het rapport. Volgens mij kunnen we niet alles hier oplossen. De
internaten moeten ook zelf goede oplossingen zoeken.
Wat de
samenwerking met minister Vandeurzen betreft, sluit ik me in elk geval
aan bij de vorige sprekers. De minister moet eens nagaan hoever
minister Vandeurzen al staat en wat op dat vlak uit de bus is gekomen.
De voorzitter:
De heer Bouckaert heeft het woord.
De heer Boudewijn Bouckaert:
Voorzitter, ik wil beginnen met een citaat van een voorganger van
minister Smet. Voormalig minister van Onderwijs Van den Bossche heeft
de beleidskeuzes in het onderwijsbeleid ooit krachtig samengevat:
“Leraars betogen en stenen niet”. Dit betekent dat voor de
gemakkelijkste oplossing is gekozen. De Vlaamse overheid heeft enorm in
personeel geïnvesteerd en heeft de gebouwen laten verouderen.
Wat de minister heeft verklaard, klopt allemaal. We moeten bepaalde
zaken niet over het paard tillen. De fundamentele oorzaak is evenwel de
veroudering van de gebouwen. Oplapwerk is zeer inefficiënt. Een paar
jaar later komen er immers opnieuw kosten.
Ik vind het een
algemeen mankement van de Vlaamse Regering. Deze ochtend is minister
Crevits nog over de wegen geïnterviewd. Er zijn overal putten. Dat
heeft doden tot gevolg. Volgens mij investeert de Vlaamse Regering te
weinig in hardware. Ik hoop dat er op dit vlak een koerswijziging in
het onderwijsbeleid zal komen. De minister stelt dit nu weer uit.
Tot slot wil ik nog iets over pps zeggen. Op zich is pps goed. Ik vraag
me echter af of het noodzakelijk is dat we ons weer in een
grootschalige formule storten zoals we met betrekking tot Design,
Build, Finance and Maintain (DBFM) hebben gedaan. Zouden we niet beter
een kleinschaliger formule hanteren?
De voorzitter:
De heer De Meyer heeft het woord.
De heer Jos De Meyer:
Voorzitter, ik vind twee elementen in het antwoord van de minister
bijzonder belangrijk. Ten eerste, hij heeft verklaard dat het niet voor
een volgende legislatuur zal zijn. Ik heb gemerkt dat die woorden hem
in een bepaald krantenbericht in de mond worden gelegd. Ten tweede, hij
veegt de problemen niet onder de mat. Hij dramatiseert de problemen ook
niet. Het is echter zijn eigen inspectie die verklaart dat een
inhaalbeweging op het vlak van de investeringen absoluut noodzakelijk
is.
Volgens mij klopt dit. Ik heb hier tijdens de
begrotingsbesprekingen al voor gepleit. Wat de middelen voor de
reguliere dossiers inzake schoolinfrastructuur betreft, wil ik erop
wijzen dat we nu met de dossiers uit 2001 bezig zijn. de andere
dossiers hebben betrekking op rationeel energieverbruik, op de verkorte
procedure voor passiefscholen en over de milieusanering. Daarnet hebben
we hier nog over de capaciteitsproblemen gediscussieerd.
Het is
absoluut noodzakelijk zo snel mogelijk van start te gaan. Ik wil me nu
niet over de formule uitspreken. Indien we wensen dat dit tegen het
einde van deze legislatuur operationeel zal zijn, moet er dringend een
tweede inhaalbeweging komen.
De voorzitter:
Mevrouw Vissers heeft het woord.
Mevrouw Linda Vissers:
Voorzitter, ongeveer een jaar geleden heb ik de minister een vraag om
uitleg gesteld over het ontbreken van wetgeving inzake de
brandveiligheid van scholen. Zoals daarnet al is aangehaald, moeten
scholen de inspectiediensten jaarlijks een brandveiligheidsrapport
voorleggen. Het probleem is dat de brandweer zich niet op
brandveiligheidsnormen kan baseren.
De minister heeft toen het
protocol tussen de drie onderwijsinspecties, het stadsbestuur en de
brandweer van Antwerpen ondersteund. Hij heeft beloofd dat hij, zodra
de werkzaamheden in Antwerpen zouden zijn afgerond, contact zou opnemen
met de minister van Binnenlandse Zaken om werk te maken van een
uniforme regelgeving.
Mijn vragen zijn de volgende: hebt u daarover de nodige contacten
gehad, en hoe ver staat u met de uitwerking van een uniforme
regelgeving over de brandveiligheid in scholen?
De voorzitter:
Mevrouw Van der Borght heeft het woord.
Mevrouw Vera Van der Borght:
Voorzitter, minister, collega's, ik stel vast dat de Vlaamse overheid
werkt met twee maten en twee gewichten. Gisteren hebben we in de
commissie Welzijn nog een heel emotioneel debat gevoerd over de
schrijnende toestand van de zelfstandige kinderopvang. Mevrouw Stevens
had het er ook even over. De inspectie treedt snel en drastisch op bij
het sluiten van kinderdagverblijven wanneer mankementen worden
vastgesteld. U zegt dat men niet alle mankementen op hetzelfde niveau
kan zetten. Ik aanvaard dat. Maar Vlaanderen moet over alle sectoren
heen een evenwichtige aanpak voorstaan. Ik pleit ervoor om heel
dringend een oplijsting te maken van alle knelpunten waarvoor geld moet
worden uitgetrokken. De Vlaamse Regering moet dat doen. Er moet geld
worden vrijgemaakt in functie van prioriteiten, en niet op basis van
politieke evenwichten. Evenmin mag men geld geven aan wie het hardst
roept. Ik hoop dat dit snel gebeurt.
De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.
Minister Pascal Smet:
Het klopt dat veel gebouwen ouder dan veertig jaar zijn. Het verwondert
dan ook niet dat die gebouwen aan slijtage onderhevig zijn. Ik heb
steeds gezegd dat het aanpakken van de internaten iets is voor de
tweede helft van de legislatuur. In Onderwijs wacht ons heel veel werk.
We hebben al met Welzijn gesproken, maar die gesprekken moeten nog
intensiever worden voortgezet. Ik heb gezegd dat Antwerpen een goed
initiatief neemt, en dat het kan worden gekopieerd. Ik moet nu eens
kijken hoe het er daarmee staat. Vandaag heeft het geen zin om de
Federale Regering aan te spreken, want van die kant krijg ik steevast
te horen dat men zich enkel met lopende zaken bezighoudt.
We
moeten ook de regelgeving bekijken. Ik zal met minister Van den Bossche
bekijken in welke mate we een Vlaamse regelgeving, en dan vooral eentje
voor internaten, kunnen uitwerken. Welzijn komt dan ook in beeld, want
er is een fundamentele vraag die moet worden beantwoord: wie is bevoegd
voor de residentiële opvang van die kinderen: Welzijn of Onderwijs? Ik
spreek me daar niet over uit, maar we moeten dat bekijken. Misschien
moet er een taakverdeling komen en moeten we afspreken wie wat
financiert.
We moeten de pps inderdaad erg goed evalueren. Het
is niet onvermijdelijk zo dat er opnieuw een grootschalige
pps-constructie moet worden opgezet. Misschien moeten we een andere
formule hanteren. Ik ben het met de heer De Meyer eens dat dit probleem
een zaak van de hele meerderheid is, want dit overstijgt de
bevoegdheden van de minister van Onderwijs. Ook de minister
verantwoordelijk voor begroting en financiën heeft een belangrijke rol
in de zoektocht naar extra financiering voor internaten en scholen.
We stellen natuurlijk prioriteiten. De prioriteit van de afgelopen
weken en maanden was de capaciteitsuitbreiding van de scholen, zodat
alle kinderen school kunnen lopen. Ik somde de bedragen op: 7 miljoen
euro voor Antwerpen, 3,3 euro miljoen voor Brussel, 800.000 euro voor
Halle-Vilvoorde. In elk geval minimaliseer ik het probleem niet. We
zijn ermee bezig. Wij hebben aan de inspectie gevraagd om alles in
kaart te brengen. Voor het eerst worden alle internaten op een
systematische manier doorgelicht, precies met de bedoeling om er iets
aan te doen. Men kan me dus niet verwijten dat er niets gebeurt.
Mevrouw Elisabeth Meuleman:
Minister, het probleem van de infrastructuur wordt inderdaad gigantisch
groot in zijn veelheid van aspecten. U hebt diverse pacts en
hervormingen lopende. Als er ergens denkwerk wordt vereist en een
creatieve aanpak, dan is het wel inzake infrastructuur. Wij zijn
absoluut geen voorstander van het kopiëren van een tweede pps-verhaal.
Hierover moet grondig worden nagedacht. U moet ook andere creatieve
mogelijkheden bekijken om een oplossing te vinden voor de
infrastructuurproblemen.
Ik zou er toch op willen aandringen,
minister, dat u voor de mpi’s niet wacht tot de tweede helft van de
legislatuur. Er zijn ook opvangcentra verbonden aan de mpi’s. Het gaat
om niet veel leerlingen, maar ze komen wel uit de zwakste groepen. We
mogen niet opnieuw wachten tot we op het einde van de legislatuur zijn.
Het zijn kleine veranderingen die moeten gebeuren, maar ze zijn heel
belangrijk voor die groepen. Ik wil er dus op aandringen dat u daar
sneller werk van maakt. (Applaus bij Groen!)
Mevrouw Helga Stevens:
Minister, ik wil me aansluiten bij wat mevrouw Meuleman heeft gezegd.
Voor de rest wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om te pleiten voor
een overheveling naar de Vlaamse Gemeenschap van alle normen in verband
met de brandveiligheid zodat de Vlaamse Regering een coherent geheel
van regels kan maken voor wat de brandveiligheid betreft. Ik herhaal
dat momenteel zelfs de brandweer het moeilijk heeft om de normen
correct te interpreteren en toe te passen. Als dat het geval is, waar
zijn we dan mee bezig?
Het is tijd om deze regelgeving te
actualiseren, maar daarvoor moeten we eerst het resultaat van de
federale onderhandelingen afwachten. We zullen zien wat er gebeurt.
Mevrouw Kathleen Deckx:
Minister, de problematiek is in kaart gebracht. U geeft een aantal
methodes aan om middelen te genereren. Ik zou zeggen: maak er werk van,
want het is een belangrijke zaak.
De voorzitter:
Het incident is gesloten.