Vraag om uitleg en antwoord over de Vlaams-federale concurrentie bij het opmaken van een kadaster van de ondergrond (senaat)

Vraag om uitleg van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Klimaat en Energie en aan de minister voor Ondernemen en Vereenvoudigen over «het opstellen van een kadaster van de ondergrond»

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Helga Stevens (CD&V-N-VA). - Na de ramp in Gellingen in juli 2004 werd uit diverse hoeken geopperd een digitaal kadaster op te stellen dat alle plannen van nutsleidingen, zoals gas, elektriciteit, water en telecommunicatie, zou centraliseren. Een uniforme werkwijze, zodat met name alle plannen op dezelfde schaal worden gemaakt, is hierbij essentieel.
De voorbije jaren werden op de verschillende bestuursniveaus initiatieven genomen om alvast de bestaande informatie over de ligging van ondergrondse nutsleidingen op een meer systematische manier ter beschikking te stellen van de belanghebbenden, aannemers en particulieren. Op het federale niveau is er het KLIM, Kabel- en leiding informatie meldpunt. Op het Vlaamse niveau is er het KLIP, Kabel en Leiding Informatie Portaal, dat wettelijk ondersteund wordt door het recente KLIP-decreet van 14 maart jongstleden. In Brussel is het project Iriscom (Integrated Regional Information Services for Coordination and Mobility) in ontwikkeling. De federale en gewestelijke initiatieven overlappen elkaar ten dele, maar sinds begin dit jaar zou er een zekere coördinatie zijn.
Ondanks de voornoemde initiatieven en plannen bestaat tot op heden echter nog steeds geen digitaal kadaster dat online door aannemers kan worden geraadpleegd. Onder meer de bouwsector blijft aandringen op een dergelijk kadaster waarin alle leidingen en kabels op een uniforme en gestandaardiseerde wijze zijn opgenomen samen met het bijbehorende wettelijke kader.
Dat de nood aan een kadaster van de ondergrond groot blijft, illustreren volgende cijfers. Het aantal schadegevallen aan leidingen blijft onverminderd stijgen: van 1333 in 2004 tot 1770 in 2006. Het aantal incidenten met gasleidingen - ontploffingen of ontbrandingen - is gestegen van 29 in 2002 tot 96 in 2006. Dit zijn hallucinante cijfers.
Op Vlaams niveau wordt via het IMKL, Informatie Model Kabels en Leidingen, momenteel gewerkt aan de realisatie van een digitaal kadaster, waarvan een eerste versie eind dit jaar operationeel zou zijn.

1. Waaruit zal de meerwaarde van het KLIM bestaan, zeker nadat het Vlaams KLIP-decreet effectief in werking zal zijn getreden en het IMKL operationeel is geworden?

2. Zijn er in het Waalse Gewest initiatieven zoals het Vlaamse KLIP en IMKL?

3. Is de voorbije jaren geen sprake geweest van een onuitgesproken bevoegdheidsconflict tussen het federale niveau en de gewestelijke bestuursniveaus die geleid heeft tot een versnippering, misschien zelfs een verspilling van middelen?

4. Hoe ziet de minister de toekomstige rol van de federale overheid met betrekking tot dit dossier in het licht van de verder gevorderde initiatieven in Vlaanderen en Brussel? Sluit deze materie niet beter aan bij de bevoegdheid van de gewesten inzake ruimtelijke ordening?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister.

Het ongeval van Gellingen hield geen verband met het ontbreken van een kadaster van de ondergrond. De ligging van de betrokken leiding was immers ruim voor het ongeval goed bekend bij de betrokken partijen.
Wat de meerwaarde van het KLIM betreft, raad ik aan de bevoegde gewestministers Kris Peeters, Philippe Courard en Pascal Smet te ondervragen over de exacte draagwijdte van hun respectieve initiatieven. Het IMKL, een standaard voor de elektronische opmaak van plannen waardoor de uitwisseling vlot moet kunnen verlopen, stemt geenszins overeen met het digitaal kadaster van de ondergrond.
De oprichting van het KLIM kadert in de federale bevoegdheden inzake het transport van gevaarlijke producten via pijpleidingen en het transport van elektriciteit via hoogspanningslijnen. De wettelijke basis ervan is te vinden in de zogenaamde gaswet van 12 april 1965 en haar uitvoeringsbesluiten evenals in de elektriciteitswetgeving met onder andere het AREI. Via het webportaal www.klim-cicc.be kunnen de studiebureaus, de opdrachtgevers en de aannemers sinds maart 2006 nagaan of er transportleidingen of hoogspanningslijnen in de buurt van geplande werkzaamheden aanwezig zijn en vervolgens, indien dit het geval is, met een klik op de knop hun werkzaamheden melden aan de betrokken operatoren.
Het is totaal af te raden dat de studiebureaus, opdrachtgevers en aannemers op basis van een vrij toegankelijk kadaster van de ondergrond zelf zouden kunnen oordelen of hun werkzaamheden in de nabijheid van transportleidingen of hoogspanningsleidingen veilig kunnen worden uitgevoerd zonder op de hoogte te zijn van de passende uitvoeringsmaatregelen. De operatoren moeten zelf die evaluatie kunnen maken en de passende veiligheidsvoorschriften en plannen ter beschikking stellen van de initiatiefnemers. Hiervoor is een individueel contact tussen de initiatiefnemer en de operator aan te bevelen.
Er hoeft geen bevoegdheidsconflict in deze materie te bestaan tussen de gewesten en de federale overheid. Dat bewijst het op 20 april 2007 gesloten Memorandum of Understanding tussen de Vlaamse en de federale overheid over de ontwikkeling van een intermediaire component tussen de webportalen van KLIM en KLIP, die later kan worden uitgebreid tot de andere gewesten.
Gelet op de bevoegdheden van de federale overheid in dit domein is het niet onze bedoeling het KLIM-initiatief af te bouwen, maar wel verder te ondersteunen zonder daarbij de synergie met de regionale initiatieven uit het oog te verliezen. Het voorkomen van ongevallen door werkzaamheden in de nabijheid van transportleidingen en hoogspanningslijnen blijft een topprioriteit van ons beleid en is een zaak van alle betrokken partijen, waarbij een voorafgaand contact tussen operator en initiatiefnemer van werkzaamheden een must is.