Vraag van Helga over de zwakke ondersteuning van dove leerlingen binnen het geïntegreerd onderwijs

Vraag om uitleg van mevrouw Helga Stevens tot de heer Frank Vandenbroucke, viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk, Onderwijs en Vorming, over geïntegreerd onderwijs voor dove leerlingen


De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.


Mevrouw Helga Stevens: Mevrouw de voorzitter, het is niet de eerste keer dat ik hier het woord neem om de belangen van dove en slechthorende leerlingen in het gewoon onderwijs te verdedigen. We hebben die discussie in deze commissie al meermaals gevoerd. Aangezien het probleem blijft aanslepen, onderneem ik nu opnieuw een poging om dit punt onder de aandacht te brengen.


Bij de aanvang van het vorige schooljaar heb ik met interesse de briefwisseling in De Standaard gevolgd tussen de minister en enkele ouders van dove kinderen die in het geïntegreerd onderwijs les volgen en hun belangenverdedigingsgroepen. Het verwondert me dat de minister steeds heeft volgehouden dat het normaal is dat deze ouders pas in september vernemen hoeveel tolkenondersteuning hun kinderen datzelfde schooljaar zullen krijgen. Dit vormt ook voor de organisatie van de ondersteuning een probleem. Het is voor het Vlaams Communicatie Assistentie Bureau voor Doven (CAB) absoluut niet makkelijk. De organisatie moet immers heel kort op de bal spelen.


In september 2007 heeft een dove leerling me gemeld dat hij amper zes tolkuren per week krijgt. Aangezien eenvoudigweg geen tolk is gevonden, kan een derde van die uren niet worden ingevuld. Een langere voorbereidingsperiode in de aanloop naar het schooljaar had het mogelijk kunnen maken toch een tolk te vinden en dit probleem op te lossen. Gezien de huidige verloning en het statuut van de tolken Vlaamse gebarentaal vraag ik me af of die langere periode eigenlijk wel tot een verbetering zou leiden.


Ik verwijs hier opnieuw naar het zeer beperkte aantal uren tolkenondersteuning per leerling. Er is met betrekking tot het onderwijs aan dove leerlingen ongetwijfeld vooruitgang geboekt. Ten gevolge van de verlaging van de drempel naar het reguliere onderwijs zijn de beroepskeuzemogelijkheden van dove leerlingen verruimd. In de dovenscholen wordt immers enkel beroepsonderwijs van het type 7 aangeboden. Aangezien we de voorbije jaren ter plaatse hebben getrappeld, is de positieve evolutie van voorheen enigszins gestokt. De dove leerlingen blijven met een halfslachtige regeling achter.


De loonsverhoging voor de tolken die echt broodnodig was, is in feite nog steeds ondermaats. Dat er uren bijgekomen zijn, is positief, maar het lijkt mij ook maar evident aangezien het aantal dove leerlingen toeneemt. Nog minder uren per week zou volledig onwerkbaar zijn. Met 5 tot 7 uren per week per leerling zitten we volgens mij reeds onder het absolute minimum.


Als dit het toekomstbeeld is van de ondersteuning die kinderen met een handicap zullen krijgen als zij na de hervormingen niet langer in het buitengewoon onderwijs terecht zullen kunnen, dan kan ik het verzet van ouders en belangengroepen goed begrijpen. Integratie in het regulier onderwijs is prima en kan voor bepaalde leerlingen met een handicap een goede zaak zijn, maar dan moet er volledige ondersteuning bestaan.


In de toelichting bij de begroting voor 2008 geeft u toe dat het aantal tolkuren sterk onder het streefdoel ligt van 12 tolkuren per week en per leerling. De laatste jaren is het aantal tolkuren procentueel gezien sterk verhoogd. Ook voor het schooljaar 2008-2009 is in een verhoging voorzien met 1500 eenheden tot 11.560 tolkuren. Deze inspanningen zijn echter nog steeds ontoereikend door de achterstand die we opliepen. Als u deze eenheden uitspreidt over het totale aantal lesweken en rekening houdt met de nieuwe dove leerlingen die volgend jaar zullen instappen in het geïntegreerd onderwijs, dan beseft u dat we aan het huidige tempo niet echt vooruitgang boeken voor de dove leerlingen.


Hoe wilt u er vanaf het volgende schooljaar voor zorgen dat dove leerlingen voldoende ondersteuning krijgen en dit op een degelijke manier wordt georganiseerd? Anders modderen we maar aan.


Deze werkwijze betekent niet alleen onzekerheid en praktische vraagtekens voor de kinderen, maar ook voor de schrijftolken en tolken Vlaamse Gebarentaal die in het onderwijs tolken. Bovendien betekent het voor het CAB ongetwijfeld een onmogelijke opdracht om alles op zo’n korte termijn te organiseren. U stelde in uw antwoord op de lezersbrief dat het CAB deze gang van zaken gewoon is. Mijnheer de minister, we moeten de situatie toch niet aanvaarden omdat ze al een hele tijd aansleept? Dat is geen menselijke visie. Bovendien heeft het CAB geen keuze. Het moet maar meedraaien in het systeem. Ik vind dat we vragen mogen stellen bij deze gang van zaken.


Hetzelfde probleem duikt op in verband met de GON-uren. Onderkent u dat het aantal tolkuren voor veel kinderen echt te laag is? Wilt u inspanningen doen om het aantal tolkuren per doof kind te verhogen? Waar baseert u zich op voor het cijfer van 12 tolkuren per week? Wat is de motivatie hiervoor? Dat is nog niet een derde van het aantal lesuren dat leerlingen moeten volgen.


Ik ben er nog steeds van overtuigd dat het noodzakelijk is dat de dove kinderen die in het regulier onderwijs les volgen en hun ouders zicht hebben op het aantal uren tolkondersteuning waarop zij kunnen rekenen. Situaties waarbij het aantal tolkuren systematisch jaar na jaar afneemt zijn naar mijn aanvoelen niet correct. Dan voelen de betrokken ouders en leerlingen zich gewoonweg bekocht. De dove leerlingen moeten vaak al op de toppen van hun tenen staan om met een beperkt aantal tolkuren het niveau te bereiken van hun horende medeleerlingen. Als het aantal tolkuren dan nog afneemt door de jaren heen, brengt men hen zwaar in de problemen. Ook kan de studiekeuze beperkt worden door het beperkte aantal uren. Wellicht zullen leerlingen met een betere tolkondersteuning een zwaardere richting aankunnen en hinken de anderen achterop. Die laatste moeten dan naar het beroepsonderwijs met alle frustraties van dien omdat ze onder hun niveau zitten. Hun motivatie neemt na een tijd dan ook af.


Een aantal meldingen van ouders van dove kinderen en van tolken vond ik toch echt merkwaardig, zoals de regeling van de tolkuren bij klasreizen. Als men op verplaatsing gaat, is het niet makkelijk om voor een tolk te zorgen omdat het aantal tolkuren beperkt is tot twee per dag. Een schoolreis beperken tot twee uur kan mijns inziens niet. Ook de regeling waarbij tolken zich bij late melding van ziekte toch op school moeten melden, vind ik overdreven. Ik zie het nut daarvan niet in. Wilt u deze regel in samenspraak met de betrokkenen herbekijken? Het lijkt wel kafkaiaans. Die regelgeving is gebaseerd op wantrouwen. Als de tolken zich niet aanmelden bij ziekte van een leerling, zouden ze kunnen foefelen met hun uren. Er zijn nog regelingen waar ik kritiek op heb, maar daar hebben we nu niet voldoende tijd voor.


De voorzitter: De heer Tavernier heeft het woord.


De heer Jef Tavernier: Ik sluit me aan bij de vraag. Er werd me een concrete situatie gemeld. In het Brugse zit in het zesde jaar chemie van het technisch onderwijs een dove leerlinge. Zij moet stage lopen. Zij zat tot haar dertiende in een gespecialiseerde school, namelijk Spermalie in Brugge, en ging nadien naar het gewone onderwijs. Ik wil hier geen kritiek uiten op de inspanningen van de school en van de leerkrachten, maar op het vlak van de ondersteuning zijn er toch een aantal problemen. Leerlingen én leerkrachten zitten vol goede intenties en willen er het beste van maken, maar met de officiële ondersteuning die geboden wordt, ook in de vorm van tolken, is het volgens de betrokkenen niet doenbaar.


Als je de problematiek inpast in het streven naar leerzorg en geïntegreerd onderwijs, moeten we ons bovendien afvragen of men wel beseft wat de noden op het terrein zijn. Het probleem blijft ook niet altijd beperkt tot de school zelf. Voor bijvoorbeeld een stage van twee weken zijn er minstens twintig tolkuren nodig.


Ik pleit voor bijkomende ondersteuning voor die leerlingen die een inspanning willen doen om naar het gewone onderwijs te gaan én voor de leerkrachten en directies van de scholen die inspanningen willen doen om dove leerlingen in hun onderwijs echt een kans te geven.


De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.


Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw de voorzitter, collega’s, er werd eerder al een wijziging opgenomen in de administratieve procedure voor de toekenning van de tolken Vlaamse gebarentaal voor volgend schooljaar. Het CAB heeft gemeld dat het voor 2008-2009 voor 12.660 uren tolken beschikbaar heeft. Alle aanvragen voor tolkuren voor 2008-2009 moeten uiterlijk 25 juni 2008 zijn ingediend. De toekenning van de tolkuren zal gebeuren op 8 juli 2008. Op die manier kunnen de toekenningsbrieven voor de dossiers die volledig zijn, al in de loop van juli worden verstuurd naar de scholen. Het CAB zal op hetzelfde tijdstip op de hoogte worden gebracht van de toegekende tolkuren.


De toekenning van de eenheden GON-ondersteuning verloopt op een andere wijze. De scholen weten al van voor de aanvang van het schooljaar hoeveel GON-leerlingen ze begeleiden, en ze weten ook welke eenheden elke GON-leerling genereert. Bijgevolg richten ze de eenheden al in vanaf het begin van het schooljaar. Om hun dossier te vervolledigen, sturen de scholen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar hun leerlingengegevens door naar de administratie. Dan volgt er een periode van verificatie van die gegevens. Ten slotte ontvangen de betrokken scholen voor buitengewoon onderwijs de schriftelijke bevestiging van het aantal GON-eenheden waar ze recht op hebben voor het lopende schooljaar.


Momenteel beschik ik niet over voldoende objectieve gegevens om te kunnen besluiten dat de toegekende ondersteuning al dan niet toereikend is. Daarom denk ik na over hoe we een zinvolle evaluatie kunnen doen van het gebruik van de doventolkuren. De doelstelling en de timing van deze evaluatie moeten nog verder worden uitgewerkt.


U haalt aan dat er een daling zou zijn van het aantal uren tolkondersteuning. Dat is niet zo. Het is wel zo dat het aantal toegekende uren in het secundair onderwijs afhankelijk is van de onderwijsvorm waar de leerling les volgt. Ik heb een tabelletje met cijfers meegebracht. Ik zal u dat laten bezorgen. Als we kijken naar het aantal uren, ziet dat er als volgt uit. In het schooljaar 2002-2003 waren dat er 6600, in het schooljaar 2003-2004 7800, in 2004-2005 7800, in 2005-2006 9350, in 2006-2007 10.060 en in 2007-2008 11.560. Het cijfer voor het volgende schooljaar heb ik zonet gegeven. Dat ligt daar nog boven. U ziet dat er jaarlijks sprake is van een stijging. Het gaat zelfs bijna om een verdubbeling in vergelijking met 2002-2003.


Als je dat uitdrukt in uren per leerling of student, is er alleen in het schooljaar 2004-2005 een daling geweest. Ik weet dat dat niet spectaculair is, maar dat is het drama van iedereen die aan politiek doet: het zijn druppels voor de betrokkenen, maar hele emmers voor ons. Men kan niet ontkennen dat we een vrij forse investering doen in de integratie van dove leerlingen of studenten in het reguliere onderwijs en dat die ook fors gestegen is, maar de behoefte is natuurlijk wel groot. De mogelijkheid om het aantal tolkuren in de praktijk te verhogen, wordt beperkt door de beschikbaarheid van de tolken.


In het verleden is al regelmatig een afvaardiging van de tolken Vlaamse gebarentaal op mijn kabinet ontvangen. In overleg met deze mensen en rekening houdend met de onderwijsregelgeving, hebben we een aantal maatregelen getroffen om hun werksituatie te verbeteren.


Vanaf dit schooljaar is de tolkenvergoeding met 3 euro tot 30,47 euro per uur verhoogd. Op 1 september 2008 komt hier nog een verhoging met 1 euro bij. Op dat ogenblik wordt de vergoeding, indexering inbegrepen, 32,07 euro per uur. Bij het invoeren van die loonsverhoging is ook rekening met de verloning in de welzijnssector gehouden. Daarnaast is tevens op een aantal vragen in verband met de administratieve procedures ingegaan.


Het is thans niet mogelijk een prognose met betrekking tot de toekenning van het aantal individuele tolkuren voor het schooljaar 2008-2009 te maken. Niemand weet wie in september 2008 al dan niet een aanvraag voor uren zal indienen. Het budget voor de speciale onderwijsleermiddelen is momenteel een gesloten budget.


Momenteel genereren activiteiten andere dan lesmomenten, zoals schooluitstappen en activiteiten extra muros, slechts twee tolkuren per dag. Die maatregel is genomen omdat de prioriteit bij de lesmomenten moet liggen. De tolkuren worden bij voorrang gebruikt op ogenblikken waarop de informatieoverdracht het grootst is. De tolkuren worden enkel vergoed indien de tolk zich effectief in de school heeft aangeboden. We proberen de uren zuinig te beheren. Daar hebben we hier in het verleden trouwens al eens over gediscussieerd. We hopen zoveel mogelijk middelen voor de effectieve tolkondersteuning van leerlingen in de klas te gebruiken.


Aangezien niets perfect is, sta ik uiteraard steeds open voor verder overleg met alle betrokkenen. Ik denk hierbij niet enkel aan de tolken en de doven. Ook de scholen zijn betrokken partijen. Tot slot stel ik voor dat mevrouw Stevens een blik werpt op de tabel die ik heb meegebracht.


De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.


Mevrouw Helga Stevens: Ik dank de minister voor het duidelijke antwoord. Ik wil zeker niet ontkennen dat zijn departement heel wat inspanningen heeft geleverd om de integratie of de inclusie van dove leerlingen in het regulier onderwijs te bevorderen. Mijn punt is en blijft dat de genomen maatregelen ontoereikend blijven.


Ik weet dat het om een grote investering gaat. De minister heeft het over emmers. Voor de betrokken leerlingen gaat het echter om een paar druppels op een zeer hete plaat. Ze moeten leven met de situatie. Ze moeten de inspanningen leveren. Het probleem is vaak dat ze zich niet gesteund voelen.


Ik ben blij te vernemen dat de procedure van de bekendmaking wordt gewijzigd en dat er met betrekking tot volgend schooljaar een vervroeging zal zijn. Dit zal ouders, leerlingen en het CAB in staat stellen alles al vanaf het begin van de zomervakantie te organiseren. Dit jaar zullen meer mensen met een gerust hart op vakantie kunnen vertrekken. Ze zullen zich niet meer moeten afvragen of ze zullen worden uitgesloten, of ze tolkuren zullen krijgen en over hoeveel tolkuren het zal gaan. Ze zullen niet tot het laatste moment moeten wachten. Voor het CAB houdt dit eveneens een grote vereenvoudiging in. Het CAB krijgt nu meer tijd om tolken te contacteren en voor de juiste invulling te zorgen.


De minister heeft daarnet gezegd dat het CAB de tolkuren zal toekennen. Betekent dit dat het CAB zal beslissen hoeveel tolkuren een leerling krijgt?


Minister Frank Vandenbroucke: Neen.


Mevrouw Helga Stevens: Eigenlijk verloopt het in twee stappen. Eerst en vooral beslist het departement hoeveel tolkuren elke leerling krijgt. Dan probeert het CAB deze uren in te vullen. Dat was daarnet nog niet duidelijk. Het is duidelijk dat het CAB niet beslist. Het CAB probeert de toegekende uren voor elke leerling in te vullen.


Verder is er volgens de minister niet voldoende objectieve informatie om te beslissen of het aangeboden aantal tolkuren en ondersteuning al dan niet volstaat. Volgens mij kunnen we zeker objectieve informatie verzamelen. We vragen al jaren een deftige evaluatie. Tot op heden heeft die niet plaatsgevonden. Dit is nochtans erg nodig.


We moeten ook eens naar de ervaringen in het buitenland kijken. Vlaanderen schiet duidelijk te kort. In Nederland krijgt een dove leerling volledige ondersteuning. Hetzelfde gebeurt in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten. Het onderscheid tussen privé- en openbare scholen maakt daarbij niet uit. Ik ben in 1993 zelf als uitwisselingsstudente naar de Verenigde Staten gegaan. Ik heb de University of California in Berkeley enkel een audiogram moeten voorleggen om een volledige tolkenondersteuning te krijgen. Blijkbaar kan dat vijftien jaar later in Vlaanderen nog steeds niet. Ik vraag me af wie me dat kan uitleggen. We geven dove leerlingen alvast geen gelijke kansen.


Het aantal klachten van dove leerlingen zelf toont aan dat het systeem ontoereikend is. Veel leerlingen moeten naar een lagere richting afzakken en komen in het beroepsonderwijs terecht. Voor het technisch onderwijs krijgen ze immers niet voldoende tolkuren. Dit is een bijzonder delicate situatie.


De speciale onderwijsleermiddelen zijn beperkt. Het is tijd om de enveloppe groter te maken. Uit een vergelijking met de middelen die in het kader van het gelijkekansenbeleid worden vrijgemaakt, blijkt dat we met een wanverhouding zitten. Dove personen krijgen weinig. GOK-leerlingen krijgen heel wat meer. Dat is aan de beperkte enveloppe te wijten. We moeten hier rekening mee houden. Het is tijd voor een grondige evaluatie. We moeten de hele regeling voor de tolkenondersteuning in het gewone onderwijs herzien.


De minister betwist dat het aantal tolkuren voor bepaalde leerlingen is afgenomen. Ik ken nochtans enkele concrete gevallen. Bepaalde leerlingen hebben in september 2007 vernomen dat ze dit schooljaar slechts 75 percent van de voor het voorgaande schooljaar toegekende tolkuren krijgen. Als reden wordt opgegeven dat ze vorig schooljaar omwille van ziekte afwezig zijn geweest. Waarom moet iemand worden gestraft omdat hij ziek is geweest? Ze worden zelfs gestraft omdat de tolk ziek was en het tolkuur bijgevolg niet kon worden opgevuld of omdat de leerkracht ziek was en bijgevolg een tolkuur wegviel. Dit moet worden herbekeken. Dit is geen eerlijke situatie, want niemand wil ziek zijn.


Verder zouden we nog heel wat andere opmerkingen moeten overlopen. Dit is allemaal erg nodig. De doven zijn tot op heden heel verdraagzaam geweest. Er is een grote uitstroom uit het dovenonderwijs. Mijn visie is alleszins dat we deze leerlingen geen gelijke kansen bieden.


De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.


Minister Frank Vandenbroucke: Ik apprecieer de gedrevenheid van mevrouw Stevens met betrekking tot dit en andere dossiers enorm. Ze moet echter de juiste argumenten gebruiken. Volgens mevrouw Stevens zijn er minder tolkuren voor dove leerlingen dan GOK-uren voor GOK-leerlingen. Dat klopt gewoonweg niet. De tolkuren die een individuele gehoorgestoorde leerling krijgt, zijn voor die individuele leerling belangrijker dan de GOK-uren die individuele leerlingen genereren. Ik wil die verkeerde vergelijking niet laten bestaan.


Mevrouw Stevens heeft het ook over de daling van het aantal tolkuren gehad. Bij wijze van voorbeeld verwijst ze naar leerlingen die plots vernemen dat hun tolkuren met 25 percent dalen. Dit heeft met de regelgeving inzake ziekte te maken, en niets met een zogenaamde daling van het budget. Ik heb reeds verklaard dat het budget stijgt. In vergelijking met zes jaar geleden is het budget bijna verdubbeld.


Aangezien mijn kabinet en ikzelf de beslissingen moeten nemen, heb ik heel wat dossiers van individuele leerlingen voor ogen. Het CAB neemt die beslissingen niet. Hierover was blijkbaar even een misverstand ontstaan.


Ik heb vastgesteld dat we de leerlingen op het vlak van aanwezigheid moeten responsabiliseren. De tolkuren zijn ook beperkt omdat het aantal goede tolken beperkt is. Indien we die beperkte uren goed willen gebruiken, moeten we de nodige prikkels geven. Toegekende uren moeten worden gebruikt. Als mensen daar slordig mee omspringen, moeten we optreden, want dat is volkomen in het nadeel van andere dove leerlingen.


Vanuit die redenering is die regeling ontstaan. Ze lijkt misschien hardvochtig, maar wil vooral mensen responsabiliseren. Dat is grondig gewikt en gewogen. We trachten altijd rechtvaardige beslissingen te nemen in het belang van het algemeen. Ik ben graag bereid tot overleg. Niets is perfect. Ongetwijfeld kan er worden aan geschaafd. Ik zou wel willen dat men de juiste argumenten gebruikt.


De voorzitter: De heer Tavernier heeft het woord.


De heer Jef Tavernier: Er zijn te weinig middelen en dus ook te weinig uren.


Een ander aspect is de administratieve last die sommigen ervaren. Men spreekt zelfs van betutteling.


U wilt de beperkte hoeveelheid tolkuren prioritair inzetten voor kennisoverdracht. Ik gaf u het voorbeeld van de dove leerlinge die stage moest lopen. Op haar eerste stagedag heeft zij absoluut een tolk nodig, anders heeft het weinig zin. Die keuze voor de kennisoverdracht moet worden genuanceerd als u tot een geïntegreerd inclusief beleid wilt komen.


De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.


Mevrouw Helga Stevens: Ik heb nog een opmerking over de extra-murosactiviteiten. U wilt prioriteit geven aan tolken binnen de schoolmuren. Ik kan u daar helemaal in volgen. Maar als een leerling aangeeft dat ook andere zaken belangrijk zijn, waarom kan dat dan niet? Die buitenschoolse activiteiten zijn natuurlijk ook een onderdeel van het leerplan, anders zou men toch niet op uitstap gaan? Ik heb moeite met die visie.


U wilt de vermindering van tolkuren toepassen voor leerlingen die er slordig mee opspringen. Natuurlijk bestaan er slordige leerlingen, maar soms gaat het ook om zieke leerlingen. Als een leerling of tolk ziek zijn, is dat toch niet hun fout? Als u spijbelaars wilt straffen, zegt u toch ook niet: kom maar terug naar school als je wilt, maar niet deze week, het past maar volgende maand. Dat is toch niet logisch? De behandeling van sommige dove leerlingen vind ik echt iets te streng.


Ik ben zeker bereid tot verder overleg met u, op uw kabinet.