Interpellatie aan minister Pascal Smet over de doventolkondersteuning voor dove leerlingen in het reguliere onderwijs
Interpellatie van mevrouw Helga Stevens tot de heer Pascal
Smet, Vlaams minister van
Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de
doventolkondersteuning voor
dove leerlingen in het reguliere onderwijs
De voorzitter: Mevrouw
Stevens heeft het woord.
Mevrouw Helga Stevens:
Voorzitter, minister, dames en heren, ik kom opnieuw terug op dit
thema. Deze commissie besprak reeds op 11 oktober 2011 de
impact van het arrest van het
hof van beroep van Gent van 7 september 2011 waarbij de
Vlaamse Gemeenschap in het
ongelijk werd gesteld en werd veroordeeld wegens
discriminatie van dove leerlingen.
Minister, u antwoordde toen dat u reeds na de uitspraak van
de rechter in eerste aanleg in juli
2009 overleg tussen de verschillende bevoegdheidsdomeinen
had opgestart om alle aspecten
van de doventolkenondersteuning te analyseren en concrete
actiepunten te formuleren. Bij de
dringende maatregelen met betrekking tot het onderwijs aan
kinderen met een beperking
werd opnieuw expliciet naar deze actiepunten verwezen. Dit,
samen met nog enkele andere
bepalingen, zoals het aflijnen van de doelgroep, zou in
Onderwijsdecreet (OD) XXII worden
opgenomen. De nieuwe regeling zou vanaf september 2012 van
kracht zijn.
Maar helaas, ondertussen werd besloten dat de dringende
maatregelen, waar ook de
tolkondersteuning toe behoort, niet langer in OD XXII, maar
in een apart decreet, het DAM
(Dringende en andere maatregelen voor leerlingen met
specifieke onderwijsbehoeften), zullen
worden opgenomen. Nu blijkt ook dat dit decreet dit
schooljaar niet meer zal landen, en de
bepalingen erin dus ook niet vanaf september 2012 van
kracht zullen zijn.
Bovendien werd onlangs, op 20 april, door de administratie
Onderwijs een bevraging
rondgestuurd naar alle scholen waar dove tolkgebruikers
schoollopen, en naar dove
studenten. Hierin wordt gepeild naar het aantal tolkuren
dat men volgend schooljaar effectief
zal opnemen, en wordt ook gevraagd naar de motivatie
hiervoor. De reden die het kabinet
hiervoor opgaf is de zoektocht naar financiële middelen. Op
die manier wordt echter opnieuw
de tolkondersteuning en de 70 procent in vraag gesteld,
terwijl in het arrest zelfs duidelijk
staat dat in principe een volledige 100 procent
tolkondersteuning een redelijke aanpassing
zou zijn.
De dove leerlingen en studenten in Vlaanderen, en met hen
de hele Vlaamse
Dovengemeenschap, wachten al jaren op een optimale
toegankelijkheid van het onderwijs en
een structurele verbetering van de tolkondersteuning. De
uitspraak door de rechter van het
hof van beroep was een mijlpaal in onze geschiedenis. De
verwachtingen naar aanleiding van
het arrest zijn groot, maar maanden nadien zien we nog
steeds geen concreet resultaat. Het
zou volledig onrechtvaardig zijn de beloofde aanpassingen
opnieuw uit te stellen naar een
latere datum, of te minimaliseren.
Ik kan begrijpen dat het arrest niet van de ene dag op de
andere kan worden uitgevoerd en
uiteraard is er ook een financiële weerslag op het budget
van Onderwijs. Maar laten we even
aan het rekenen slaan. Als we uitgaan van 100 procent
tolkondersteuning, betekent dat 80.312
tolkuren of 3.092.012 euro; als we uitgaan van 70 procent
tolkuren is dat 57.677 tolkuren of
2.220.565 euro. Vergelijk dat met het aantal uren
gepresteerd in 2010. Toen werd er 13.223
uren getolkt. In 2011 werden er in totaal 15.470 lesuren
getolkt. Dat is 17 procent meer dan in
2010. Als we naar het schooljaar kijken, zien we dat in
2010-2011 precies 14.676 uren
werden ingevuld. In het schooljaar 2009-2010 was dat 12.212
uren. Dit is 90,54 procent van
het pakket tolkuren dat werd bemiddeld voor leerlingen die
een normaal parcours hadden
afgelegd. De oplossingsgraad bleef dus stabiel ten opzichte
van de voorgaande jaren.
Voor dit schooljaar 2011-2012 voorzag het departement
Onderwijs in een urencontingent van
19.600 uren, maar dan wel voor het secundair, hoger en
volwassenenonderwijs samen. Wat
Commissievergadering 4 nr. C235 – OND24 (2011-2012) – 22
mei 2012
het aantal leerlingen betreft: op 1 september 2011 startten
47 leerlingen in het secundair en 13
studenten in het hoger onderwijs. Samen ging het om 60
personen. Daarnaast zitten in het
volwassenenonderwijs ook nog ongeveer 20 dove cursisten.
Het gaat dus concreet niet om
duizenden, zelfs niet om honderden dove studenten, maar
slechts om een tachtigtal dove
leerlingen en studenten. De budgettaire weerslag is dus
perfect te berekenen. En dat heb ik
ook net gedaan.
Ik zal het even herhalen: als we uitgaan van 100 procent
tolkondersteuning, betekent dat
80.312 tolkuren of 3.092.012 euro; als we uitgaan van 70
procent tolkuren is dat 57.677
tolkuren of 2.220.565 euro. Ik ben er 100 procent van
overtuigd dat u binnen uw budget voor
onderwijs voldoende middelen kan vinden om ruim 3 miljoen
euro uit te trekken om 100
procent tolkondersteuning te bieden, of toch minstens 70
procent.
Ik word het eerlijk gezegd een beetje moe. Al jarenlang
pleit ik voor het optrekken van het
aantal tolkuren naar het niveau van onze buurlanden, ook al
bij uw voorganger Frank
Vandenbroucke. Al even lang wordt ik met een kluitje in het
riet gestuurd. Ik krijg steeds
meer het gevoel dat dove leerlingen geen prioriteit zijn
voor het departement Onderwijs en
dat de Vlaamse Dovengemeenschap niet zo moet zeuren. Hebben
dove kinderen dan geen
recht op goed en kwalitatief onderwijs? Moeten zij zich
blijven tevreden stellen met beroepsen
volwassenenonderwijs? Alleen daar kunnen ze standhouden en
een diploma halen. Dan
durf ik zeggen: arm Vlaanderen.
Nu mijn concrete vraag, minister, wanneer gaat u eindelijk
het arrest van het hof van beroep
van Gent uitvoeren binnen uw budget van Onderwijs? Het
getalm heeft lang genoeg geduurd.
De koe moet bij de horens gevat worden. Ik ben zéér
nieuwsgierig naar uw antwoord. Ik hoop
dat we samen goed nieuws kunnen brengen aan de dove
leerlingen, maar wel met ingang van
1 september 2012 en niet over tien jaar of langer.
De voorzitter:
Minister Smet heeft het woord.
Minister Pascal Smet:
Als u een koe bij de horens vat, moet u oppassen dat de stier niet
achter de hoek staat. (Gelach)
Ik wil meegeven dat de vraag naar meer
doventolkondersteuning een legitieme vraag is. Daar
zijn we het wel over eens, denk ik. Het uitvoeren van het
arrest zal moeilijk zijn omdat er
momenteel onvoldoende gebaren- en schrijftolken zijn.
Bovendien zijn de extra middelen die
noodzakelijk zijn om de uitbreiding in
doventolkenondersteuning naar 70 procent te
financieren – geschat op 1,5 miljoen euro – niet gepland in
de onderwijsbegroting. Ik kom
daar nog op terug.
De 70 procent ondersteuning wordt door de rechter
beschreven als een ‘redelijke aanpassing’.
Dat wil echter nog niet zeggen dat alle leerlingen
effectief 70 procent ondersteuning nodig
hebben of willen. Ook vandaag vragen niet alle leerlingen
het maximum aan. Daarom heb ik
een bevraging laten doen, via de betrokken scholen, bij
alle gebruikers. Uit die bevraging
blijkt dat de gemiddelde daadwerkelijke inschatting voor
volgend schooljaar lager ligt dan
wat er in het arrest staat, namelijk gemiddeld 50 in plaats van 70 procent.
Ik heb dit dossier op de agenda van de ministerraad van nu
vrijdag gezet zodat de Vlaamse
Regering in haar geheel en alle betrokken partijen kunnen
beslissen hoe we dit arrest gaan
uitvoeren.
Het is niet altijd de gewoonte, maar ik zal het toch even
doen, voorzitter. Mevrouw Stevens, u
zegt dat ik dat 1,5 miljoen euro op mijn begroting kan
vinden. Kunt u mij zeggen waar
precies?
De voorzitter: Mevrouw
Stevens heeft het woord.
Mevrouw Helga Stevens:
Minister, ik ben nieuwsgierig naar het resultaat van dat overleg in
de Vlaamse Regering. Dat valt nog
af te wachten.
U
vraagt me waar ik 1,5 miljoen euro vandaan zou halen. Nu, ik zou heel graag met
onze
kabinetten
gaan samen zitten om dat geld te vinden. U mag niet vergeten dat bijna de helft
van
de Vlaamse begroting naar Onderwijs gaat. U moet mij niet komen vertellen dat
er
absoluut
geen ruimte zou zijn om dove leerlingen te ondersteunen op een fatsoenlijke
manier.
Daar
vragen we tenslotte al jaren om. Die dove leerlingen staan al jaren in de kou.
We
moeten
eerlijk en correct blijven.
Veel
dove mensen die ik ken, zijn geëindigd in het beroeps- of het
volwassenenonderwijs. U
bent
minister van Onderwijs, en van Gelijke Kansen nota bene, dat wil ik ook eens
benadrukken.
Ik vind het eerlijk gezegd niet kunnen dat uw partij die problematiek al jaren
niet
wil behartigen of aanpakken, ook uw voorganger niet. Het is tijd om met
resultaat op de
proppen
te komen. Ik wil zeer graag met uw kabinet bekijken waar we het geld kunnen
vinden.
Waar een wil is, is een weg.
U
zegt altijd dat er een tekort is aan tolken. Ja, maar de rechter in Gent heeft
heel duidelijk
gezegd
dat dat tekort zijn oorzaak vindt bij de overheid zelf, omwille van de slechte
werkomstandigheden
waarin tolken gebarentaal moeten werken. Ze werken op
freelancebasis.
Ze worden heel slecht betaald. Ik wil heel graag mensen uitnodigen om onder
die
voorwaarden te gaan werken.
U mag
ook niet vergeten dat tolken die in het onderwijs actief zijn, slechts betaald
worden
voor
de uren die ze effectief presteren; vastbenoemde leerkrachten worden wel
continu
doorbetaald.
Doventolken moeten maar bereid zijn om te werken van september tot juni en
drie
maand per jaar geen inkomen te hebben: in de paas-, kerst- en zomervakantie
hebben ze
geen
inkomen. Dat is het probleem. Als u die mensen een fatsoenlijk statuut zou
aanbieden,
zou
het probleem vanzelf opgelost zijn. Al jaren vraag ik dit. Blijkbaar bent u
doof voor mijn
verzoek,
net zoals uw voorganger. Ik kijk uit naar de beslissing van de Vlaamse
Regering.
Minister
Pascal Smet: Mevrouw Stevens, mocht ik 50 procent van de Vlaamse begroting
hebben,
dan zou ik dat geld inderdaad kunnen vinden. Maar we hebben op dit moment
slechts
39,3
procent van de Vlaamse begroting. Ik kan nog altijd tellen, dat is dus 11,7
procent
minder
dan de helft. We hebben dus niet de helft van de Vlaamse begroting.
Van
het budget van Onderwijs gaat er 85 procent naar de lonen. Het is dus een
financieel
probleem.
Dat weet u wellicht. We hebben niet de minister van Begroting. Ik kijk uit naar
uw
voorstellen
om dat geld te vinden binnen de begroting van Onderwijs. Ik ben benieuwd. We
zullen
dat vrijdag in de regering bespreken en zien welke oplossing we kunnen vinden.
U
moet niet op mij of op ons boos zijn, maar misschien op anderen dichter in uw
omgeving.
Motie
De
voorzitter: Door mevrouw Stevens werd tot besluit van deze interpellatie
een motie
aangekondigd.
Ze moet zijn ingediend uiterlijk om 17 uur op de tweede werkdag volgend op
de
sluiting van de vergadering.
Het
parlement zal zich daarover tijdens een volgende plenaire vergadering
uitspreken.
De interpellatie is afgehandeld.