Actuele vraag aan minister Pascal Smet over discriminatie in de Vlaamse pretparken


ACTUELE VRAAG van mevrouw Helga Stevens tot de heer Pascal Smet, Vlaams

minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de toegankelijkheid

van pretparken voor mensen met een handicap


ACTUELE VRAAG van mevrouw Else De Wachter tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams

minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het beleid voor personen met een

handicap in pretparken

 

De voorzitter: Mevrouw Stevens heeft het woord.

 

Mevrouw Helga Stevens: Voorzitter, minister, collega’s, vorige week heb ik met grote

verbazing vernomen dat Plopsaland beslist heeft om bepaalde personen – kinderen,

volwassenen – met een handicap op systematische wijze – en ik benadruk dit – uit te sluiten

van een aantal attracties. Plopsaland heeft dat gedaan door een nieuw reglement in te voeren

voor alle pretparken die het bezit. Ze hebben hun beslissing onderbouwd door te wijzen op de

veiligheid van de personen met een handicap in het bijzonder en van iedereen in het

algemeen. Dat reglement is opgemaakt op basis van een risico-analyse in samenwerking met

de keuringsinstanties.

Minister, collega’s, er mag geen misverstand zijn. N-VA vindt het absoluut noodzakelijk dat

de veiligheid wordt gegarandeerd – dat is ook een topprioriteit –, maar ik denk dat dit

reglement een brug te ver is. Op basis van dat reglement kunnen kinderen en volwassenen

met een handicap worden uitgesloten, louter op basis van hun handicap, onder het mom van

veiligheid. Er is totaal geen ruimte voor nuance en voor individuele, redelijke aanpassingen.

Stel dat een persoon met een handicap vergezeld is van een begeleider, dan valt die niet onder

dat reglement.

Minister, er is een decreet over gelijke kansen en gelijke behandeling. In dat decreet wordt

verboden om direct of indirect te discrimineren. Hoe denkt u dat dit reglement te rijmen valt

met het decreet? Wat is uw visie?

 

De voorzitter: Mevrouw De Wachter heeft het woord.

 

Mevrouw Else De Wachter: Voorzitter, minister, collega’s, ik ga niet in herhaling vallen

want mevrouw Stevens heeft het probleem duidelijk geschetst. Ik wil me vooral aansluiten.

Laat het zeer duidelijk zijn: veiligheid is zeer belangrijk. We moeten daar veel aandacht aan

besteden, net als aan risiciobeheersing. De berichtgeving heeft toch wel wat veroorzaakt: verbazing

alom, verbolgenheid zelfs, onzekerheid bij heel wat mensen. Het seizoen komt

eraan om naar pretparken te gaan. Mensen vragen zich af of ze nog kunnen gaan met hun

gezin of niet.

Het gaat veel verder dan dat. Ik ben blij dat u vandaag zult antwoorden als minister van

Gelijke Kansen. Ik hoop dat u die bekommernis en het antwoord op de vragen zult meedelen

aan al de andere ministers want het gaat uiteraard om toegankelijkheid. Het gaat om een

divers beleid rond toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

Ik wil iedereen aanraden om eens te gaan kijken op de websites van de pretparken. Je zult

merken dat er een heel divers beleid is rond toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

Hoever ga je daarin? Hoe bepaal je of iemand al dan niet in staat is om al dan niet in een

attractie te stappen? Er moeten eenduidige richtlijnen over toegankelijkheid voor mensen met

een beperking zijn, niet alleen in de pretparken, maar overal.

Minister, er is een studie uitgevoerd door een firma om een risico-analyse uit te voeren in dat

bepaalde pretpark. Hoe gaat u dit verder aanpakken? Is het niet het moment om in dit dossier,

maar ook in andere, bijvoorbeeld het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid Enter in te

schakelen om eenduidige richtlijnen voor toegankelijkheid op te stellen?

 

De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.

 

Minister Pascal Smet: Voorzitter, collega's, ik denk dat iedereen, zoals beide vraagstellers,

is geschrokken van de berichtgeving, en dat is zeker zo voor diegenen die de inclusieve

samenleving een warm hart toedragen. De vraagstelling getuigt ook van een genuanceerde

benadering van het probleem. Ik denk dat wij het erover eens zijn dat mensen met een

mentale of fysieke beperking toegang moeten krijgen tot attractieparken. Wij zijn het er ook

over eens dat er veiligheidsvoorwaarden kunnen worden gesteld, en dat is zeker het geval

wanneer er, ondanks de aanwezige technologie, met een van die toestellen iets gebeurt. Een

aantal van die toestellen vereisen immers een hoge mate van autonomie en zelfredzaamheid

van de gebruikers om zich in veiligheid te kunnen brengen. Beide principes zijn geldig, en zij

moeten tegen elkaar worden afgewogen.

Ik lees in de brochure van Plopsaland dat het park zo veel mogelijk attracties toegankelijk wil

maken. Dat uitgangspunt is goed, en het is ook goed dat men daarover heeft nagedacht. Maar

er is een maar: ik denk dat de automatische algemene toegangsbeperking voor iedereen met

een welbepaalde fysieke handicap, zoals mensen die niet kunnen zien bijvoorbeeld, een brug

te ver is. Daarom heb ik aan mijn medewerkers van de Dienst Gelijke Kansen van de

Vlaamse Gemeenschap gevraagd om samen met de medewerkers van het Centrum voor

gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (CGKR) de komende dagen met de mensen

van het pretpark en eventueel ook met anderen samen te zitten om na te gaan of men – al dan

niet samen met het Vlaams Expertisecentrum Toegankelijkheid (Enter) – richtlijnen moet

uitwerken.

Op het eerste gezicht komt het me voor dat de maatregel excessief en disproportioneel is. Ik

spreek mij nog niet ten gronde uit, want ik wil het gesprek met de specialisten en hun rapport

afwachten. Dan kunnen wij nagaan hoe wij de toegankelijkheid kunnen bevorderen. Beide

vraagstellers hebben gezegd dat er een evenwicht nodig is. Dat moet ook gebeuren. Men kan

niet zo maar uitsluiten, maar wel om veiligheidsredenen beperkingen opleggen, zoals gebeurt

met zwangere vrouwen of mensen met hartproblemen die niet in bepaalde attracties mogen.

Op het eerste gezicht lijkt de maatregel mij overdreven te zijn, maar ik zeg dat op basis van

een onvolledige inkijk in het dossier. Laat ons dat uitzoeken. Ik hoop dat wij in overleg met

de directies van de pretparken tot eenduidige afspraken voor alle pretparken kunnen komen.

Mensen hebben recht op duidelijkheid.

 

Mevrouw Helga Stevens: Dank u, minister, ik ben erg blij dat u de voorschriften

disproportioneel vindt. Men overdrijft. Ik benadruk ook dat er zich in het verleden voor zover

ik weet nooit problemen met mensen met een handicap hebben voorgedaan. Er waren wel eens

wat twijfelgevallen, maar dan zocht men geval per geval naar een oplossing. Die

oplossing was niet altijd ideaal, maar wat men vandaag doet – via een reglement personen

uitsluiten op basis van een handicap – is onaanvaardbaar.

Ik ben erg blij dat u het initiatief neemt om met de directie van het pretpark een gesprek te

voeren. Ik hoop dat er snel een nieuwe reglementering komt. Ik zal personen met een

handicap aanraden om zelf naar de rechtbank te stappen, en dan wil ik wel eens zien wat de

rechter zal oordelen. Maar als wij dat moeten doen, dan verliest iedereen. Een oplossing die

wordt bereikt via overleg lijkt mij voor iedereen het beste.

 

Mevrouw Else De Wachter: Minister, ik dank u voor het antwoord. U zei zelf dat wij een

evenwicht moeten vinden, want veiligheid en risicobeheersing zijn erg belangrijk. Maar

mensen willen ook duidelijkheid: wat kunnen zij met hun gezin doen? Het seizoen breekt

weldra aan, dus ik hoop dat er op zeer korte termijn duidelijke richtlijnen komen waarin

iedereen zich kan terugvinden. Ook op andere terreinen, en niet enkel voor pretparken, zijn

duidelijke richtlijnen nodig.

Als minister verantwoordelijk voor gelijke kansen wil ik u vragen om ook uw collega’sministers

te vragen hier voortdurend aandacht aan te besteden. Wij moeten het positief

bekijken en een oplossing vinden opdat zo veel mogelijk mensen met hun gezin kunnen

deelnemen aan leuke activiteiten, in plaats van hen uit te sluiten. Daar moet onze aandacht en

energie naar uitgaan.

 

De voorzitter: De heer Caron heeft het woord.

 

De heer Bart Caron: Voorzitter, minister, ik wil me aansluiten bij uw woorden en die van de

vraagstellers om te beklemtonen hoe belangrijk het dossier is. Ik wil ook vermijden dat er een

soort opbod komt tussen pretparken of vrijetijdsaanbieders. Het is merkwaardig dat

Bellewaerde, dat op 40 kilometer van Plopsaland ligt, de dag nadien aankondigt dat er bij hen

geen beperkingen of limieten zijn. Soms zijn er natuurlijk helaas wel limieten: om

veiligheidsredenen. In de commissie hebben we de discussie gevoerd over de culturele

festivals en de inzet van een organisatie zoals Intro om de toegankelijkheid te verhogen.

Minister, ik pleit voor een maximale toegankelijkheid en ik ervan overtuigd dat u dat ook

doet, maar laten we toch met zijn allen proberen af te spreken wat we bedoelen met ‘redelijke

aanpassingen’ zodat we de toegang voor zo veel mogelijk personen met een handicap

mogelijk maken in wat voor vrijetijdssfeer dan ook, evenals voor sportieve en culturele

festivals.

 

De voorzitter: Mevrouw Dillen heeft het woord.

 

Mevrouw Marijke Dillen: Voorzitter, minister, collega’s, iedereen hier in dit halfrond weet

dat de inclusieve samenleving voor personen met een beperking iets is dat onze fractie al jaar

en dag verdedigt. Meestal gebeurt dat in de commissie Welzijn, vandaag hebben we hier in

dit forum de gelegenheid om er met u van gedachten over te wisselen.

Minister, veiligheid is bijzonder prioritair, zeker voor personen met een beperking. Ik sluit

me dan ook aan bij het pleidooi van mevrouw De Wachter, en ik begrijp dat u het ook steunt,

om te komen tot een dialoog met alle betrokken partijen om evenwichtige richtlijnen uit te

werken die een maximale toegankelijkheid waarborgen. Een zaak heb ik van u niet

vernomen, maar ik ga ervan uit dat het een vergetelheid is, namelijk dat het gebeurt samen

met vertegenwoordigers van personen met een beperking, want zij weten het beste op welke

wijze de veiligheid kan worden ingevoerd.

Mevrouw Stevens, ik zou u toch even willen zeggen dat uw dreiging om iedereen op te

roepen om naar de rechtbank te stappen, toch wel meer dan overdreven is. Ik denk niet dat dit

probleem op die manier moet worden opgelost, maar wel in dialoog. Ik ben blij, minister, dat

u dat erkent. (Applaus bij het Vlaams Belang)

 

Minister Pascal Smet: Ik denk dat mevrouw Stevens ook wel zal afwachten of de

bemiddeling al dan niet iets oplevert alvorens haar oproep te doen. Dat blijkt ook bij de

meldpunten voor discriminatie, ook daar komen klachten binnen, maar laten we eerst de

bemiddelende procedure starten, de dialoog, uiteraard ook met mensen met een beperking.

Laat ons nu eerst met de directie praten om een goed inzicht te krijgen in de beweegreden, in

de motivatie, om daarna met hen, liefst in een gesprek, voor alle pretparken samen tot een

duidelijke afsprakennota te komen. Dat is de weg die we zullen bewandelen en het is een weg

die heel vaak tot goede resultaten leidt. Ik denk dat we ook in deze materie tot een goed

resultaat kunnen komen.

 

Mevrouw Helga Stevens: Ik wil graag even reageren op wat mevrouw Dillen zei. Uiteraard

is het een allerlaatste redmiddel. Helaas is het soms nodig voor personen met een handicap

om hun rechten via de juridische weg af te dwingen, omdat er soms niemand luistert naar hun

smeekbeden. Soms werkt een oplossing via onderhandeling niet. De allerlaatste stap is dan de

rechtbank, maar het is echt wel de allerlaatste stap, als alle pogingen tot onderhandelen over

een oplossing gefaald hebben. Op dat moment moet je toch durven op te komen voor je

rechten!

 

Mevrouw Else De Wachter: Ik denk dat één ding duidelijk is, minister, er wordt hier

vandaag een breed gedragen oproep gelanceerd. We zullen dit blijven opvolgen. Zoals ik al

zei, staan de pretparken nu in de actualiteit, maar er zijn zoveel andere dossiers waarvoor we

hetzelfde moeten bewerkstelligen. We zullen dit blijven opvolgen. We zullen ervoor blijven

strijden om de gelijke kansen op alle vlakken te realiseren. We zullen vooral ook opvolgen

wat de resultaten zullen zijn in dit concrete dossier zodat iedereen op zijn manier kan

genieten van de zomerperiode.

 

De voorzitter: De actuele vragen zijn afgehandeld.