Tussenkomst in het actualiteitsdebat over probleemjongeren in het onderwijs

 
Het volledige verslag van dit actualiteitsdebat vindt u op volgende link.

De voorzitter:

Mevrouw Stevens heeft het woord.

Mevrouw Helga Stevens:

Voorzitter, ministers, geachte leden, er is al heel wat besproken vandaag. Het ging over moeilijke en onschoolbare jongeren. We laten die vele termen even voor wat ze zijn.

De topvrouw van het katholiek onderwijs, Mieke Van Hecke, trekt vandaag aan de alarmbel. Ze vraagt een speciale opvang voor onschoolbare jongeren, jongeren die niet functioneren op school en steeds van school moeten veranderen. Dat fenomeen doet zich overal in Vlaanderen voor, maar toch vooral in grote steden. Ze stellen de draagkracht van de school zwaar op de proef en sleuren vaak ook beïnvloedbare jongeren mee. Deze jongeren belanden in een carrousel, waarbij ze van de ene school naar de andere school verhuizen tot ze de leeftijd bereiken waarop de leerplicht wordt beëindigd. Het gaat vaak om jongens die door het watervaleffect in het beroepsonderwijs eindigen. Ze beginnen in het aso, komen dan in een lager niveau terecht en eindigen in het bso, waar ze de sfeer volledig verpesten. Het is hier al gezegd: enkele jongeren kunnen echt een hele klas volledig op haar kop zetten. Dat is voor niemand aangenaam, niet voor de lastige jongere, die vaak ook zelf slachtoffer is, maar vooral ook niet voor de andere leerlingen in de klas. Zij worden mee het slachtoffer. Dat mogen we niet aanvaarden. Bovendien zijn ook de leerkrachten het slachtoffer, door het escaleren van deze klassituaties.

Er moet dus iets gebeuren. Wie zijn nu die jongeren? Helaas gaat het vaak – maar niet altijd, dat zeg ik er duidelijk bij – over jongeren met een allochtone achtergrond, die onderweg een taal- en leerachterstand hebben opgelopen. Ze komen immers vaak uit een milieu waar men het nut van de school blijkbaar niet meteen inziet. Anderen functioneren niet in een gewone schoolomgeving. De minister schat dat er in Vlaanderen 500 à 1000 van dergelijke jongeren zijn. Als we die jongeren niet willen opgeven, dan moeten we er een prioriteit van maken, aldus mevrouw Van Hecke. Ik kan haar daar volledig in volgen.

Volgens mevrouw Van Hecke moeten er, ergens tussen onderwijs, welzijnswerk en stedelijk beleid in, speciale begeleidingsinitiatieven komen. Die initiatieven moeten goed worden omkaderd. De deskundigen, de buurtwerkers en de interculturele werkers zullen, gekoppeld aan mensen in het onderwijs, voor de begeleiding moeten instaan.

De begeleiding zal zeer arbeidsintensief zijn en moet de jongeren op het gewone onderwijs of op de arbeidsmarkt voorbereiden. Die keuze moeten we nu maken. We mogen die jongeren absoluut niet opgeven.

Het is een positieve zaak dat het probleem alvast wordt erkend. In een eerste reactie heeft minister Smet al laten weten dat hij het huidige opvangaanbod in kaart zal brengen. Dat is een eerste stap. Het gaat immers om jongeren die schoolmoe zijn en die sociaal onaangepast gedrag hebben ontwikkeld. Om opnieuw in de school of op de arbeidsmarkt terecht te kunnen, moeten die jongeren zo snel mogelijk een aangepaste begeleiding krijgen. Voor de meest extreme gevallen is een verder doorgedreven aanpak vereist.

We vinden trouwens ook dat de verantwoordelijkheid bij de ouders moet worden gelegd. Ik wil zeker niet alle ouders over een kam scheren. Het is echter duidelijk dat bepaalde ouders blijkbaar het belang van een goede opvoeding, een goede opleiding of een goede schoolcultuur niet inzien. Ze vinden het blijkbaar zelfs niet belangrijk Nederlands te spreken. Dit lijkt me de enige verklaring voor de taalachterstand van die jongeren. Hoewel het meestal om een combinatie van factoren gaat, is de thuisomgeving altijd zeer belangrijk. Dit geldt zeker voor de taalontwikkeling.

We moeten voor ogen houden dat een school in de eerste plaats een leeromgeving en geen kinderopvang is. Een school kan al die problemen niet alleen oplossen. We moeten bereid zijn om deze lastige of onschoolbare jongeren samen met de scholen te ondersteunen en weer op het rechte pad te brengen.

Minister, in feite zijn mijn vragen zowel tot de minister van Welzijn als tot de minister van Onderwijs gericht. Deze problematiek is van groot belang. Wat zult u in de toekomst doen om dit probleem verder aan te pakken? Hebt u hierover al onderling overleg gepleegd? Zo ja, wat is het resultaat van dat overleg? Zo neen, wanneer hebt u een dergelijk overleg gepland? Dit probleem moet prioritair worden behandeld. Iedere jongere die ontspoort en die geen diploma ontvangt, is er eentje te veel.

Ik denk aan het belang van deze jongeren voor de toekomst. We hebben iedereen nodig. Ik dank u nu reeds voor uw antwoord op al mijn vragen. (Applaus bij de meerderheid)