Reactie op het artikel van Eddy BONTE: “Gevraagd: oriëntatieproef voor hoger onderwijs” in...

22:25 4/10/2007

Reactie op het artikel van Eddy BONTE: “Gevraagd: oriëntatieproef voor hoger onderwijs” in De Standaard van 03.10.2007

Met veel interesse en soms argwaan volg ik de discussie in de krant over gelijke kansen in het onderwijs. Ik ben terzake ervaringsdeskundige dus ik meen enige recht van spreken te hebben.

Ik verslikte me in de spreekwoordelijke koffie toen ik las wat de heer BONTE had geschreven in zijn artikel. Ik citeer als volgt: “Laten we ook even de verenigbaarheid met het arbeidsveld bekijken: als iemand door een functiebeperking twee keer zoveel tijd krijgt om een bachelor af te werken, wat gebeurt er dan later in de reële wereld? Wat met de onderwijzer met dyslexie? Dat is geen talentenjacht, maar toegeven aan willekeurige wensen.”

Dat anno 2007 zulke denkbeelden nog welig tieren, maakt me woedend. Zeker uit de mond van een onderwijsexpert. Want het bovenstaande is een echo van wat ik mocht meemaken toen ik in 1987 – twintig jaar geleden dus! - inlichtingen kwam inwinnen over de studierichtingen aan de universiteit. De adviseur van de Dienst voor Studieadvies stelde toen dat ik de richting rechten best aankon, gezien mijn opleidingsachtergrond (Latijn-Wetenschappen). Maar dat ik later wellicht niet aan de bak zou komen als advocaat, want zoiets is toch praktisch onmogelijk voor een dove persoon. Als mijn ouders en ikzelf hadden geluisterd naar al die zogenaamd goed bedoelende adviseurs en experts, dan zat ik nu werkloos thuis of in een of andere slecht betaalde nepstatuut. De statistieken zijn duidelijk: mensen met een functiebeperking zijn sterk oververtegenwoordigd in de werkloosheid.

Versta me niet verkeerd. Ik ben volledig akkoord waar de heer BONTE stelt dat “iemand uit de elektronica ook goed is voor elektronica.” Maar dat heeft voor mij weinig te maken met de functiebeperking an sich. Hierbij is het Amerikaanse voorbeeld inspirerend: men moet kijken naar wat de essentiële vereisten zijn van de job en op basis daarvan een objectieve afweging maken, rekening houdend met de mogelijkheid om ‘een redelijke aanpassing’ te voorzien. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor de studie zelf. Men moet niet kijken naar de handicap zelf maar wel naar wat die persoon kan bijdragen. Dichter bij huis raad ik iedereen aan om zijn licht op te steken in het Verenigd Koninkrijk waar men in Europa op het vlak van toegang tot onderwijs en werk voor personen met een handicap het verst staat.

Ook schrijft de heer BONTE: “Wel ja, het is dus mogelijk om een groeiende studentenbevolking te koppelen aan het behoud van kwaliteit. Maar niet op basis van persoonlijke willekeur vermomd al gelijkheidsbeginsel.” Dit is wat kort door de bocht. Dit doet onrecht aan al degenen met een functiebeperking die heel hard hun best doen, ondanks de gebrekkige ondersteuning, om te slagen in het gewoon onderwijs. Want functiebeperking is iets heel anders dan intellectueel onbekwaam zijn om een bepaalde richting te volgen.

Uiteraard zijn niet alle mensen met een functiebeperking geschikt om naar het hoger onderwijs te gaan. Maar hetzelfde geldt voor personen zonder functiebeperking! Bovendien schatten de meeste studenten met een functiebeperking hun slaagkansen realistischer in dan veel studenten zonder functiebeperking. Ze zijn ook dikwijls meer gemotiveerd dan gewone studenten.

Het is echt meer dan hoog tijd dat het onderwijsveld zélf haar vooroordelen ten aanzien van mensen met een handicap of functiebeperking voorgoed opzij zet. Hier en daar zijn al goede initiatieven te zien. Waarvoor applaus. Maar het blijft nog te veel vrijblijvend. Ook het beleid, versta Minister VANDENBROUCKE, blijft ter zake nog te veel in gebreke, door onvoldoende sturing en vooral door veel te weinig middelen vrij te maken voor de ondersteuning van personen met een functiebeperking in het gewoon onderwijs. Denk maar aan leerlingen met autisme. Of dove leerlingen die het met slechts enkele uren gebarentaaltolkondersteuning per week moeten rooien. Halfslachtig beleid dus. Lachwekkend bijna, ware het niet dat het voor de betrokkenen verre van grappig is.

In dit kader wil ik graag verwijzen naar het lovenswaardige werk dat het Vlaams Expertisecentrum voor Handicap en Hoger Onderwijs (VEHHO) verricht. (http://vehho.be) Dit Vlaams expertisecentrum timmert hard aan de weg om de toegang voor personen met een handicap tot het (hoger) onderwijs te verbeteren. Dat de weg nog zeer lang is en de tegenkanting groot, blijkt duidelijk uit de opvattingen van de heer BONTE. En ook uit de dagdagelijkse ervaringen van leerlingen en studenten met een functiebeperking die les volgen in het ‘gewoon’ (hoger) onderwijs.

Het Vlaamse onderwijs moet dringend leren om creatief om te gaan met functiebeperkingen. Statistisch gezien heeft ongeveer 10 procent van de bevolking een functiebeperking. Ook studenten met een functiebeperking hebben hun plaats binnen het (hoger) onderwijs en moeten kunnen rekenen op volwaardige ondersteuning vanwege de overheid op basis van objectieve criteria die hun waarde al hebben bewezen in het buitenland. Dit heeft niets te maken met persoonlijke willekeur. Maar alles met inclusie.

Dit werd ook gestuurd naar De Standaard. Benieuwd of het gepubliceerd zal worden.